Start een dataspace

Ben je geïnteresseerd in het opzetten van je eigen dataspace? We denken graag met je mee. Het DMI-ecosysteem is een van de eerste in Nederland, maar niet iedere dataspace hoeft er zo uit te zien. Hieronder een paar opties die je mee kan nemen in de overweging of je een eigen dataspace nodig hebt.

Federatief vs. gecentraliseerd

In beginsel is een dataspace federatief van aard. Iedereen houdt data bij zich, totdat er een overeenkomst gesloten wordt, om het vervolgens peer-to-peer uit te wisselen. Een dataspace autoriteit kan op sommige aspecten meer controle willen houden. Dat kan door sommige functies van de dataspace centraal te organiseren. Zo kan je deelnemers ontzorgen, want het alternatief is dat ze zelf de functies moeten bouwen of aanschaffen. Denk daarbij aan de volgende elementen:

  • Participantenregister

Een participantenregister slaat informatie op over Deelnemers, en hoe deze zich kunnen identificeren. Hier moeten in een dataspace afspraken over gemaakt worden en wordt vaak centraal geregeld omdat iedereen het moet gebruiken, en het zo voordeliger is.

  • Autorisatieregister

Hier wordt bijgehouden wie bij welke bron mag, en wie namens wie welke handelingen mag uitvoeren. Wanneer dit decentraal geregeld wordt, moeten er afspraken komen zodat deelnemers elkaars register kunnen lezen en kunnen vertrouwen. Bij DMI heeft elke marktplaats haar eigen autorisatieregister.

  • Identity provider

Veel organisaties hebben al een eigen identity provider, bijvoorbeeld Microsoft Entra ID, maar om deze goed op alle andere identity providers aan te laten sluiten, moeten er afspraken gemaakt worden. Bij DMI is er voorlopig gekozen om dit centraal te regelen.

  • Catalogus

Wanneer een deelnemer aanbod heeft, kan dit gedeeld worden met de dataspace. Vaak komt hierbij een catalogus kijken, maar er zijn gevallen denkbaar dat men met alleen machine to machine (M2M) communicatie uit de voeten kan. Het is ook mogelijk dat de dataspace autoriteit dit overlaat aan de deelnemers zelf, zodat er alleen bij behoefte een catalogus wordt ingericht. Bij DMI zijn er meerdere catalogi beschikbaar, omdat transparantie van de markt een van haar doelstellingen is.

  • Clearing module

Bij potentiële transacties worden er mogelijk voorwaarden gesteld. Deze moeten gevalideerd worden, en dat gebeurt in de clearing module. Het resultaat zal zijn dat er wel of geen bewijs wordt toegevoegd aan het autorisatieregister. Of deze functionaliteit centraal of decentraal kan, zal afhangen van de keuzes die je daar maakt.

  • Dataspace connector

In de data uitwisselingsfase moet iedere participant weten hoe de data kan worden opgehaald. Bij het ophalen moet iemand zich identificeren, moet het autorisatieregister gecontroleerd worden, de juiste logs worden bewaard, en moet er mogelijk verteld worden welke calls er gemaakt kunnen worden. Dexes en Luminis houden zich zoveel mogelijk aan de Europese richtlijnen hiervoor: IDSA.

Voor een vrijblijvende kennismaking, neem contact met ons op via: support@dexes.nl